
Categorie: Oeverplanten
Naam: | Kleine Lisdodde |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Commeliniden | |
Orde: | Poales | |
Familie: | Typhaceae | Lisdoddefamilie |
Geslacht: | Typha | Lisdodde |
Latijnse naam: | Typha Angustifolia |

Herkenning
De kleine lisdodde (Typha angustifolia) is een plant uit de lisdoddefamilie (Typhaceae). De plant komt voor langs oevers, op drijftillen en in rietlanden en is geschikt om in een middelgrote of grote vijver te planten. De kleine lisdodde heeft slanker blad dan de grote lisdodde (Typha latifolia). In hoogte ontlopen ze elkaar niet veel. Een lengte van 2 m is haalbaar. In juni en juli bloeien alle soorten lisdodde met mannelijke en vrouwelijke lichtbruine aren waaraan de bloemen zitten. Bij rijpheid zijn de vrouwelijke aren geel- tot groenachtig. De vrouwelijke bloemen bevinden zich in de oksels van de kleine schutbladen.
Naam: | Moerasvaren |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Polypodiopsida | |
Cade: | Tracheophyta | |
Cade: | Monilophyta | |
Orde: | Polypodiales | |
Familie: | Thelypteridaceae | Moerasvarenfamilie |
Geslacht: | Thelypteris | Moerasvarens |
Latijnse naam: | Thelypteris Palustris |


Herkenning
De moerasvaren (Thelypteris palustris) is een kosmopolitisch verspreide varen uit de moerasvarenfamilie (Thelypteridaceae). De plant komt voor in moerassen en op vochtige plaatsen. In België is de soort zeldzaam. In Nederland is de plant algemener. De moerasvaren is een overblijvende, kruidachtige plant met een lange, dunne en zwarte ondergrondse wortelstok waaruit met enige tussenafstand alleenstaande bladen opschieten. Het geheel geeft een slordige indruk van door en over elkaar groeiende bladen. Er zijn twee types bladen, vruchtbare bladen en onvruchtbare bladen. De onvruchtbare bladen verschijnen in mei en juni. De vruchtbare bladen volgen in juli. De bladen zijn helder groen. Er is slechts weinig verschil tussen de twee typen bladen. Ze zijn lancetvormig, onderaan afgeknot en bovenaan tot een spits uitgerekt, en dubbel geveerd. De onvruchtbare bladen zijn tot 60 cm lang, teer gebouwd en hebben brede bladslippen. De vruchtbare bladen zijn tot 1 m lang en steviger maar hebben smallere slipjes die naar onder omgekrulde bladranden hebben. De lengte van de bladsteel is ongeveer een derde van het blad. De bladsteel is dun en nauwelijks bezet met schubben.
Naam: | Moerasvergeet-mij-nietje |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Lamiiden | |
Orde: | Boraginales | |
Familie: | Boraginaceae | Ruwbladigenfamilie |
Geslacht: | Myosotis | Vergeet-mij-nietje |
Latijnse naam: | Myosotis Scorpioides subsp. Scorpioides |

Het moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides subsp. scorpioides, synoniem: Myosotis palustris) is een van de ondersoorten van vergeet-mij-nietjes die in Noordwest-Europa voorkomt. Als lid van de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) is de plant sterk behaard, maar voor het moerasvergeet-mij-nietje geldt (evenals voor het zompvergeet-mij-nietje, (Myosotis laxa subsp. cespitosa) ) dat de beharing minder opvalt. De vaste plant bezit een kruipende wortelstok. De kelk is tussen een kwart en een derde ingesneden. De blauwe, soms roze of witte bloemen zijn 4-10 mm groot. De bloeiperiode loopt van mei tot september. De stengel is kantig, en het onderste gedeelte van de stengel is bladloos. De plant groeit op vochtige en drassige plaatsen, langs waterkanten, soms in het water, op bouwlanden en op akkers.
Naam: | Oeverkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Lamiiden | |
Orde: | Lamiales | |
Familie: | Plantaginaceae | Weegbreefamilie |
Geslacht: | Littorella | |
Latijnse naam: | Littorella Uniflora |


Herkenning
Het oeverkruid (Littorella uniflora) is een vaste plant, die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en sterk afgenomen. Het oeverkruid komt van nature voor in Europa. De plant wordt 4-12 cm hoog en kan ook onderwater groeien, maar bloeit dan niet. De 15 cm lange uitlopers vormen een dichte mat. De lijnvormige en aan de top priemvormige, 5-10 cm lange en op doorsnee 1-2 mm dikke bladeren zitten in een wortelrozet met aan de voet een brede bladschede. Het oeverkruid bloeit van juni tot augustus met strokleurige, 5 mm grote bloemen, die tussen de bladscheden zitten. De bloemen vormen bloeiwijzen, waarbij in een bloeiwijze een zittende, vrouwelijke bloem met enkele, langgesteelde, mannelijke bloemen voorkomen. De witte stijl van de vrouwelijke bloem is 1-2 cm lang. De vrucht is een 2,5 cm lang, eenzadig nootje. De plant komt voor op droogvallende, voedselarme zandgrond aan oevers van vennen en duinmeertjes.
Naam: | Pijlkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Eenzaadlobbigen | |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Alismataceae | Weegbreefamilie |
Geslacht: | Sagittaria | |
Latijnse naam: | Sagittaria Sagittifolia |


Herkenning
Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia) is een waterplant uit de waterweegbreefamilie (Alismataceae). Gekweekte vormen komen vaak uit Oost-Azië. De Nederlandse naam komt overeen met de geslachtsnaam, die naar een 'pijl' verwijst. De naam verwijst naar de vorm van de bladeren. Het is een overblijvende, 70-100 cm hoge moeras- of waterplant met knolachtig verdikte, 4-5 cm grote rizomen. De knollen zijn eivormig, wit of groen van kleur en bedekt met schubben. De bladeren zijn pijlvormig, donkergroen, ongedeeld en langgesteeld. Onder water zijn de bladeren lichtgroen, lang en smal. Boven water hebben de bladeren een duidelijke pijlvorm. De driekantige stengels kunnen tot een halve meter boven het water uitsteken. De plant bloeit van juli tot september. De bladeren hebben in het midden een bruine tot donkerpaarse vlek. De bloemen groeien in langwerpige bloeiwijzen. De bloemen bestaan uit drie vrije kroonbladeren en drie groene kelkbladeren. De vruchten zijn klein. De plant kan temperaturen tot -20 °C weerstaan. De soort groeit in water tussen de 10 en 60 cm diep. Het water dient neutraal tot licht basisch van pH te zijn.
Naam: | Pilvaren |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Polypodiopsida | |
Cade: | Tracheophyta | Vaatplanten |
Cade: | Monilophyta | |
Orde: | Salviniales | |
Familie: | Marsileaceae | Pilvarenfamilie |
Geslacht: | Pilularia | |
Latijnse naam: | Pilularia Globulifera |


Herkenning
De pilvaren (Pilularia globulifera) is een overblijvende plant die behoort tot de pilvarenfamilie (Marsileaceae) en die van nature voorkomt in Europa. In Nederland staat de plant op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en in aantal afnemend.
Naam: | Reuzenbalsemien |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Asteriden | |
Orde: | Ericales | |
Familie: | Balsaminaceae | Balsemienfamilie |
Geslacht: | Impatiens | Springzaad |
Latijnse naam: | Impatiens Glandulifera |


Herkenning
De reuzenbalsemien of springbalsemien (Impatiens glandulifera) is een eenjarige plant die tot 2,5 m hoog wordt. De plant heeft opvallende 2-5 cm grote bloemen, die van juli tot september bloeien met een lila, roze of lichtgele tot witte kleur. De bloemen staan met twee tot veertien bloemen in trossen in de oksels van de bovenste bladeren. De vijf kroonbladen vormen bij elkaar een tunnel, hoed of helm. De getande, bovenste bladeren zitten in een krans aan de hoekige stengels, die vaak vertakt zijn. De langwerpige, lancetvormige bladeren zijn voorzien van extraflorale nectarklieren. De bloemen zorgen dat de plant niet gemakkelijk met andere planten verward wordt. Deze plant is afkomstig uit de Himalaya, vooral uit Tibet en ook uit India. Rond 1850 werd de soort vanuit Noord-India geïntroduceerd in Europa. Vanaf 1915 is de plant in Europa als invasieve soort gaan verwilderen, men treft hem nu door geheel West-Europa aan. De plant groeit graag langs of in de buurt van water. Langs sloten, greppels en beken kan men hem aantreffen. Wel moet de bodem stikstofrijk en basisch zijn. De verspreiding van de zaden vindt mechanisch plaats, wanneer de rijpe vrucht wordt aangeraakt, rollen de vijf delen hiervan zich op en schieten zo de zaden weg. Tegelijkertijd valt de vrucht van de plant af.
Naam: | Ronde Zonnedauw |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Tweezaadlobbigen | |
Orde: | Caryophyllales | |
Familie: | Droseraceae | Zonnedauwfamilie |
Geslacht: | Drosera | Zonnedauw |
Latijnse naam: | Drosera Rotundifolia |

Herkenning
De ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) is een vleesetende plant uit de zonnedauwfamilie (Droseraceae). De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als algemeen voorkomend, maar zeer sterk afnemend. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De plant vangt kleine insecten (voornamelijk vliegen) en spinnen. Het doet dit door middel van bladeren die voorzien zijn van klierharen waarop aan het uiteinde een druppeltje kleverige afscheiding zit (de 'dauw'). Als een vliegje op het blad landt kleeft het vast, het blaadje rolt zich vervolgens langzaam op om de prooi te verteren. Zoals veel vleesetende planten komt zonnedauw voor in moerasgebieden op zeer natte plaatsen op uitgespoelde stikstofarme grond, meestal op of vlak naast veenmos. De plantjes zijn maar enkele centimeters groot en worden gemakkelijk over het hoofd gezien. Door het verdwijnen van zijn biotoop is zonnedauw in Nederland zeldzaam. Er bestaan nog enkele soorten zonnedauw, waarvan er twee ook in Nederland voorkomen, nl. de kleine zonnedauw (Drosera intermedia) en de lange zonnedauw (Drosera anglica). De laatste is in Nederland nog veel zeldzamer, omdat hij vooral gedijt in venen met opstijgend mineraalrijk water.
Naam: | Kleine Veenbes |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Asteriden | |
Orde: | Ericales | |
Familie: | Ericaceae | Heidefamilie |
Geslacht: | Vaccinium | Bosbes |
Latijnse naam: | Vaccinium Oxycoccos |


Herkenning
De kleine veenbes (Vaccinium oxycoccos, synoniem: Oxycoccus palustris) is een plant uit de heidefamilie (Ericaceae). De soort komt voor op het noordelijk halfrond in gebieden met een koel klimaat. Het is een kruipende of overhangende plant met dunne stengels, die in Drenthe vrij zeldzaam en in de Achterhoek, het oosten van Noord-Brabant en Limburg zeldzaam is. De kleine veenbes staat op de Belgische Rode lijst van planten als zeldzaam tot zeer zeldzaam. De plant wordt 15-50 cm hoog. De bladeren zijn 4-8 mm lang en hebben een omgerolde rand. De onderkant is blauwgroen. De kleine veenbes bloeit in Nederland in mei en juni met één tot vier roze bloemen in een bloemtros. De bloemkroon is teruggeslagen, waardoor de fijnbehaarde paarse stampers duidelijk zichtbaar zijn. De eetbare bes is rood, soms wit en smaakt iets friszuur.
Naam: | Veenwortel |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Tweezaadlobbigen | |
Orde: | Caryophyllales | |
Familie: | Polygonaceae | Duizendknoopfamilie |
Geslacht: | Persicaria | Duizendknoop |
Latijnse naam: | Persicaria Amphibia |

Herkenning
Veenwortel (Persicaria amphibia, synoniem: Polygonum amphibium) is een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De stengels en bladeren van de waterplant drijven op het oppervlak van stilstaand tot langzaam stromend water. Er bestaan ook landvormen die rechtopstaande stengels hebben en 30-70 cm lang worden. In dit geval zijn de bladeren wat korter gesteeld en zijn blad en ochrea behaard. Bij de watervorm zijn deze onbehaard. Bij de watervorm van de veenwortel zijn de bladeren langgesteeld, langwerpig tot lancetvormig en hebben een hartvormige voet. De landvorm heeft kortgesteelde bladeren die lancetvormig zijn. De stengelomvattende, vliezige steunblaadjes zijn vergroeid tot een tuitje. Veenwortel bloeit in dichte aren, die 2-4 cm lang worden. De bloeiperiode loopt van juni tot oktober. De bloemen zijn roze/rood of roze/wit. Ze hebben vijf meeldraden en twee stijlen. De vruchten van de veenwortel zijn (indien aanwezig) glazend, bruin en hebben de vorm van een ei. Meestal draagt de plant geen vruchten.
Naam: | Vetblad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Lamiiden | |
Orde: | Lamiales | |
Familie: | Lentibulariaceae | Blaasjeskruidfamilie |
Geslacht: | Pinguicula | Blaasjeskruid |
Latijnse naam: | Pinguicula Vulgaris |


Herkenning
Vetblad of Gewoon vetblad (Pinguicula vulgaris) is een vleesetende plant uit de blaasjeskruidfamilie (Lentibulariaceae). De plant komt in grote delen van Europa voor, alsmede in Rusland, Canada en de Verenigde Staten. Deze soort hoort samen met Pinguicula alpina en Pinguicula grandiflora tot de bekendste Europese soorten uit hun geslacht. Ze zijn winterhard en kunnen tot op hoogten boven de 1000 m voorkomen. De bloeitijd is in mei en juni. In Nederland is de soort zeldzaam. De plant kan 13 tot 16 centimeter hoog worden en heeft een doorgaans paarse bloem van 15 millimeter of langer. De drie bekende soorten lijken erg op elkaar en zijn moeilijk te onderscheiden: ze zijn alle drie relatief klein en hebben lichtgroene, eironde bladeren met een opgekruld randje. Ze komen altijd voor op voedselarme, vochtige gronden, meestal in moerassen. Op hun bladeren bevatten ze klieren die een zoete, kleverige stof afscheiden. Deze stof dient om insecten te lokken en wanneer deze eraan blijven kleven, rolt het blad zich op en worden ze verteerd. De insecten dienen als voedsel, maar de plant kan het ook zonder insecten stellen.
Naam: | Waterdrieblad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Campanuliden | |
Orde: | Asterales | Tweezaadlobbigen |
Familie: | Menyanthaceae | Watergentiaanfamilie |
Geslacht: | Menyanthes | Waterdrieblad |
Latijnse naam: | Menyanthes Trifoliata |

Herkenning
Het waterdrieblad (Menyanthes trifoliata) is een plant uit de watergentiaanfamilie (Menyanthaceae). Het geslacht Menyanthes is monotypisch, wat wil zeggen dat Menyanthes trifoliata de enige soort in dit geslacht is. Het waterdrieblad staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De moerasplant is in laagveengebied plaatselijk vrij algemeen, maar geldt er als sterk afgenomen. De lange wortelstok kruipt over de bodem en draagt tot 30 cm hoge bloeiende scheuten. Het blad is drietallig en 3,5-7 cm lang. Het blad is omgekeerd eirond en gaafrandig. De bladsteel is lang en heeft een schede. De bloemknoppen zijn rood maar de geopende bloem is wit en heeft een doorsnede van circa 1,5 cm. Er zijn vijf kroonblaadjes met slippen die bezet zijn met franjeachtige beharing. De plant vormt een rijk bloeiende piramidevormige bloemtros die aanwezig is van april tot juli met soms een tweede bloei in oktober. Het waterdrieblad draagt een bolvormige doosvrucht.
Naam: | Waterlobelia |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Campanuliden | |
Orde: | Asterales | |
Familie: | Campanulaceae | Klokjesfamilie |
Geslacht: | Lobelia | Lobelia |
Latijnse naam: | Lobelia Dortmanna |


Herkenning
De waterlobelia (Lobelia dortmanna) is een ondergedoken, vaste waterplant die behoort tot de klokjesfamilie (Campanulaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten en de Vlaamse Rode Lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen. De plant komt voor in de gematigde streken van het noordelijk halfrond van Noord-Europa en Noordwest-Frankrijk tot in Noordwest-Rusland en in het noorden van Noord-Amerika. De plant wordt 20-70 cm hoog. De donkergroene, lijnvormige, stompe bladeren vormen een dicht wortelrozet. De bladeren zijn hol en hebben twee luchtkanalen. Ook de bladloze stengel is hol. De waterlobelia bloeit in juli en augustus met twee tot acht bleek lila, tweelippige, knikkende bloemen in een armbloemige tros. De bloemkroon is 1,2 tot 2 cm lang. De vrucht is een 5-10 mm x 3-5 mm grote doosvrucht. De plant komt voor in heidevennen met een schone zandbodem.
Naam: | Watermunt |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Lamiiden | |
Orde: | Lamiales | |
Familie: | Lamiaceae | Lipbloemenfamilie |
Geslacht: | Mentha | Munt |
Latijnse naam: | Mentha Aquatica |


Herkenning
De watermunt (Mentha aquatica) is een vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De soort komt voor in Europa, Noord-Amerika, Azië, Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland. De plant groeit vooral langs en in het water en in natte weilanden en bloeit van juni tot eind oktober. De stengels zijn 30-90 cm lang en hebben gesteelde, eironde tot langwerpige, gezaagde tot gekartelde bladeren. De bladeren ruiken sterk naar pepermunt (Mentha ×piperata). De plant heeft zowel bovengrondse als ondergrondse uitlopers. De roodachtig lila bloemen worden door insecten zoals honingbijen en hommels bestoven. De kelkbuis is 4-5 mm lang en heeft lancetvormige tanden. De bolvormige bloeiwijze bestaat uit één of twee schijnkransen.
Naam: | Waterzuring |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Tweezaadlobbigen | |
Orde: | Caryophyllales | |
Familie: | Polygonaceae | Duizendknoopfamilie |
Geslacht: | Rumex | Zuring |
Latijnse naam: | Rumex Hydrolapathum |

Herkenning
Waterzuring (Rumex hydrolapathum) is een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae), die van nature voorkomt in Europa. De plant komt voor aan de oevers bij zoet oppervlaktewater, in rietkragen, zeggemoerassen en uiterwaarden. De plant wordt tot 1,5 m hoog en behoort hiermee tot de grootste inheemse zuringsoorten. De waterzuring heeft een korte niet vertakkende, horizontale wortelstok. De wortelbladeren zijn bijna een meter lang, leerachtig en lancetvormig. De roodbruine vruchtkleppen (binnenste bloemdekbladen die later het nootje omvatten) zijn driehoekig en iets langer dan breed. Alle drie de kleppen dragen een knobbel. De vrucht is een nootje. Waterzuring is een belangrijke waardplant voor de grote vuurvlinder (Lycaena dispar). In duinplassen komt op de waterzuring de bruine zuringsnuittor (Lixus barbane) voor.
Naam: | Zwanebloem |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | Zaadplanten |
Cade: | Bedektzadigen | |
Cade: | Eenzaadlobbigen | |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Butomaceae | Zwanenbloemfamilie |
Geslacht: | Butomus | Zwanebloem |
Latijnse naam: | Butomus Umbellatus |


Herkenning
De zwanenbloem (Butomus umbellatus) is een moerasplant met roze bloemen in de Zwanenbloemfamilie. Het is de enige soort in deze familie. De bloem heet zwanenbloem omdat de stampers een vorm hebben die sterk lijkt op sierlijke zwaantjes. De zes stampers hebben aan de voet nectarklieren. De stengels van de plant bevatten overlangse luchtkanalen om de wortels van zuurstof te voorzien en zijn onderaan driehoekig van vorm, waardoor de planten stevig in het water staan. Aan de bovenkant wordt de stengel plat met een verdikt midden en scherpe randen. De wetenschappelijke geslachtsnaam Butomus (samenstelling van βοῦς=rund en τέμνω=snijden) verwijst naar deze stengels, waaraan runderen zich zouden verwonden als ze de plant proberen te eten. Het feit dat de zwanenbloem in Nederland wettelijk beschermd is geweest tot eind 2016, betekent niet dat de plant zeldzaam is, integendeel, op de kleigebieden in Nederland is hij algemeen. De plant groeit vaak in sloten die jaarlijks worden geschoond. Hij heeft er echter niet veel van te lijden omdat deze schoonmaakbeurten zijn leefmilieu in stand houden. De zwanenbloem groeit in voedselrijk water. Wanneer de plant opduikt te midden van allerlei zeldzame planten in relatief voedselarm water, is dat het teken dat het water voedselrijk aan het worden is en dat de specialisten uit een dergelijk milieu zullen gaan verdwijnen. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd.
source: Wikipedia, the free encyclopedia