Categorie: Reptielen
Naam: | Bijtschildpad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Testudines | (Schildpadden) |
Familie: | Chelydridae | (Bijtschildpadden |
Geslacht: | Chelydra | |
Latijnse naam: | Chelydra Serpentina |
Herkenning
De bijtschildpad is een grote, grof gebouwde schildpad, met stevige, korte poten en een lange, dikke staart. De kop is opvallend groot en grof gebouwd, en kan net als de poten niet in het schild worden geborgen. Het rugschild of carapax wordt maximaal 50 centimeter lang en het gewicht is dan bijna 30 kilo. Alleen mannetjes worden echter zo lang, de vrouwtjes blijven aanzienlijk kleiner. Het langst beschreven exemplaar had een carapaxlengte van 50,3 centimeter.
De kop van de schildpad is groot en driehoekig van vorm, de bek kan ver worden opengesperd. De randen van de bek zijn verhoornd, de randen zijn lichter van kleur en hebben donkere strepen. De bek is erg scherp, in combinatie met de stevige kaakspieren kan de schildpad zeer krachtig bijten. De bijtkracht van een groter exemplaar kan 500 kilogram per cm² bedragen. Aan de voorzijde van de bovenkaak is een snavelachtige, omlaag gekromde punt aanwezig. Aan de bovenzijde van deze punt zijn de neusgaten gepositioneerd. De ogen zijn aan de bovenzijde van de kop geplaatst en zijn relatief klein, de pupil is zwart, de iris is gevlekt en heeft een stervormig patroon van donkere strepen. De kleur van de kop is donkerder dan de huid van de poten en staart, en vooral in de nek zijn bij oudere dieren vele kleine uitsteekseltjes zichtbaar.
Aan de onderzijde van de kop zijn twee kleine, langwerpige uitsteekseltjes zichtbaar, deze worden de baarddraden genoemd. Baarddraden
komen ook voor bij andere dieren zoals vissen, de structuren hebben een tastzintuiglijke functie.
De bijtschildpad is wat betreft de gevolgen van een beet bij de mens een erg beruchte soort die vingers en tenen kan amputeren.
Let op!! bij een waarneming: deze schildpad is ontsnapt of opzettelijk uitgezet.
Naam: | Europese moerasschildpad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Testudines | (Schildpadden) |
Familie: | Emydidae | (Moerasschildpadden) |
Geslacht: | Emys | |
Latijnse naam: | Emys Orbicularis |
Herkenning
De Europese moerasschildpad is een middelgrote soort die een lengte van het rugschild of carapax bereikt van ongeveer 13 tot 18 centimeter, uitschieters kunnen groter worden tot 23 cm. Het schild is koepelvormig en aan de bovenzijde enigszins afgeplat. Vrouwtjes worden groter dan mannetjes en zijn daarnaast te onderscheiden aan de kortere staart en rechte nagels. Vrouwtjes hebben ook een plattere buikzijde, die van mannetjes is enigszins ingedeukt. Het gewelfde buikschild of plastron van de mannetjes speelt een rol bij het op het vrouwtje klimmen tijdens de paring. Juveniele dieren hebben op het midden van het rugschild een opstaande rand of kiel, deze verdwijnen naarmate de schildpad ouder wordt en zijn bij volwassen exemplaren meestal niet meer te zien. Heel jonge exemplaren, die net uit het ei komen, hebben aan ieder zijde van de opstaande kiel een kleinere kiel maar deze zijn al na korte tijd verdwenen. Juvenielen hebben ook een verhoudingsgewijs grotere en dikkere kop en een langere staart. Het buikschild heeft bij jonge dieren een flexibel scharnierpunt aan de achterzijde, bij de volwassen exemplaren kan het schild met het scharnier niet worden gesloten zoals bij de soorten uit het geslacht Kinixys of klepschildpadden het geval is.
De schildkleur is donkerbruin tot zwart maar kan ook lichter zijn tot olijfbruin. De schildplaten zijn voorzien van gele vlekjes of streepjes die vaak een straalsgewijs patroon hebben. De platen aan de bovenzijde van de rug hebben verschillende namen, afhankelijk van de positie. De grote platen op het midden van de bovenzijde van de rug heten de wervelschilden (vertebraal), dit zijn er altijd vijf. De platen aan de zijkanten, tussen de bovenste rij en de rij aan de schildrand worden de ribschilden (costaal) genoemd. De buitenzijde van het schild is voorzien van een ring vele kleinere platen die de randschilden (marginaal) worden genoemd. Aan iedere zijde zijn altijd twaalf randschilden aanwezig.
Naam: | Geelbuikschildpad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Testudines | (Schildpadden) |
Familie: | Emydidae | (Moerasschildpadden) |
Geslacht: | Trachemys | |
Latijnse naam: | Trachemys Scripta Scripta |
Herkenning
De afmetingen van een volwassen schildpad verschillen per sekse, de vrouwtjes worden veel groter dan de mannetjes. Vrouwtjes bereiken een schildlengte tot maximaal 27 centimeter. Daarnaast hebben mannetjes een langere staart en relatief lange nagels aan de voorpoten, vooral oudere exemplaren. Het schild is bij oudere dieren vrij bol, bij jongere exemplaren nog plat en de schildplaten hebben aan de achterzijde doornachtige punten. Al deze kenmerken vervagen naarmate het dier ouder wordt. Ook hebben jongere dieren een landkaart-tekening op de schildplaten en een meer afstekende tekening op de huid. Een typisch kenmerk is de S-vormige gele streep op de zijkant van de kop.
Let op!! bij een waarneming: deze schildpad is ontsnapt of opzettelijk uitgezet.
Naam: | Geelwangschildpad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Testudines | (Schildpadden) |
Familie: | Emydidae | (Moerasschildpadden) |
Geslacht: | Trachemys | |
Latijnse naam: | Trachemys Scripta Troostii |
Herkenning
De geelwangschildpad bereikt een maximale schildlengte tot 21 centimeter, mannetjes blijven kleiner en hebben langere nagels en een langere, dikkere staart. Het rugschild is bol van vorm, bij jongere exemplaren wat platter. Ook hebben jongere dieren een sterk afstekende
landkaarttekening op het schild die met de jaren vervaagt. Een typisch kenmerk zijn twee evenwijdig lopende strepen op de zijkanten van de kop die eindigen bij het oog soms kan dit oranje zijn. Bij de verder sterk gelijkende roodwangschildpad zit hier een opvallende rode vlek.
De geelwang lijkt heel sterk op de geelbuikschildpad. De geelwangschildpad heeft twee horizontale gele strepen evenwijdig van elkaar op de zijkant van de kop, en een buik met vele donkerbruine vlekken. De geelbuikschildpad is te herkennen door de "S" vormige, gele streep op de zijkant van de kop, en de buik heeft meestal geen tot enkele vlekken.
Let op!! bij een waarneming: deze schildpad is ontsnapt of opzettelijk uitgezet.
Naam: | Roodwangschildpad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Testudines | (Schildpadden) |
Familie: | Emydidae | (Moerasschildpadden) |
Geslacht: | Trachemys | |
Latijnse naam: | Trachemys Scripta Elegans |
Herkenning
De schildpad bereikt een schildlengte van ongeveer 25 centimeter. De vrouwtjes worden aanzienlijk groter dan de mannetjes. De lichaamskleur is groen. Vooral jonge dieren hebben een complexe tekening van gele lijnen op de huid en het schild, die echter verdwijnt als de dieren ouder worden. Oudere exemplaren hebben vaak een donkerbruine kleur. De buikzijde is altijd geel met donkere vlekken. Op ieder buikschild is een vlek aanwezig. Bij oudere exemplaren zijn de vlekken vaak versmolten tot een enkele grote donkere vlek.
De roodwangschildpad kent net als sommige andere schildpadden een sterke seksuele dimorfie, dit betekent dat de geslachten er anders uitzien. Het vrouwtje wordt bijna de helft tot twee keer zo lang als het mannetje. Een mannetje heeft een schildlengte tot ongeveer 20 centimeter, terwijl een vrouwtje een schildlengte tot maximaal 30 cm kan bereiken.[5] Omdat een vrouwtje groter wordt, is ze ook aanmerkelijk zwaarder; ze kan een lichaamsgewicht tot twee kilogram bereiken.
Behalve door het kleinere lichaam zijn mannetjes van vrouwtjes te onderscheiden door de veel langere nagels aan de voorpoten, de dikkere staart en de meestal grotere en meer afstekende rode vlek, hoewel dit laatste niet altijd te zien is.
De volwassen exemplaren hebben een olijfgroene tot grijsgroene kleur, oudere dieren worden bruin tot grijs. De tekening van gele lijnen op de huid en de vlekken op het schild worden aanzienlijk vager. De juvenielen zijn heldergroen van kleur, de gele lijnen en de vlekken op het schild zijn zeer geprononceerd. Na enkele jaren wordt de tekening van de jonge dieren vager.
Let op!! bij een waarneming: deze schildpad is ontsnapt of opzettelijk uitgezet.
Naam: | Zaagrugschildpad |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Testudines | (Schildpadden) |
Familie: | Emydidae | (Moerasschildpadden) |
Geslacht: | Graptemys | |
Latijnse naam: | Graptemys Pseudogeographica |
Herkenning
De onechte landkaartschildpad is groen tot groenbruin van kleur, en heeft op de hoornplaten aan de rand van het schild een tekening van oranje tot gele ringen, vooral de jonge exemplaren. Het schild is vrij rond en plat en heeft scherpe gekartelde randen die de indruk van een blad geven. De huid heeft een zeer sterk afstekende, gele streepachtige landkaarttekening. Ook deze tekening vervaagt met de jaren en de huid wordt donkerder tot zwart, achter ieder oog zit een gele dwarsstreep die ook bij oudere dieren zichtbaar blijft. Andere vlekken op de kop ontbreken, vaak in tegenstelling tot gelijkende soorten, typisch is de gele ring rond de pupil. Een jonge zaagrug heeft een kenmerkende, zaag-achtige kam op de bovenzijde van het schild van naar achteren wijzende, tandachtige vergroeiingen. De tanden zijn zwart gekleurd terwijl de rest van het schild groen is en steken dus duidelijk af. Bij oudere dieren vlakken de tanden per vervelling af, na enkele jaren zijn alleen nog vage, puntachtige bobbels te zien met nog wel een zwarte punt. De maximale schildlengte is ongeveer 25 centimeter, mannetjes blijven echter aanzienlijk kleiner en blijven rond de 15 centimeter.
Let op!! bij een waarneming: deze schildpad is ontsnapt of opzettelijk uitgezet.
Naam: | Ringslang |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Reptilia | (Reptielen) |
Orde: | Squamata | (Schubreptielen) |
Familie: | Natricidae | (Waterslangen) |
Geslacht: | Natrix | |
Latijnse naam: | Natrix Natrix |
Herkenning
De ringslang dankt zijn naam aan de gele vlekken aan weerszijden van de hals, net achter de kop, die aan de bovenzijde soms samenvloeien en doen denken aan een ring. Meestal is deze echter zowel aan de bovenzijde van de hals als aan de buikzijde onderbroken en de gele kleur kan ook neigen naar oranje of wit. Daarachter (naar de staart toe) is een variabele zwarte vlek aanwezig, die varieert van een band tot een driehoek. Niet alle exemplaren hebben deze tekening op de nek, bij sommige ondersoorten, zoals Natrix natrix persa ontbreken de vlekken bij alle exemplaren, ook komen soms geheel zwarte ringslangen voor. Op de zijkanten van de kop zijn aan de onderzijde vaak gele vlekken tot strepen aanwezig. De ogen zijn relatief groot en hebben een ronde pupil, wat samenhangt met de dagactieve levenswijze.
De basiskleur van de ringslang is licht- tot donkerbruin tot grijs, op de flanken zijn vaak enkele donkere tot zwarte strepen in de breedte
aanwezig, soms onderbroken door twee lichtere lengtestrepen aan de bovenzijde van de flanken.
De ringslang is slank en heeft een lange staart, dit is aan de bovenzijde niet te zien maar aan de onderzijde is de overgang van een enkele rij buikschubben naar meerdere schubbenrijen van de staart, onderbroken door de cloaca, duidelijk zichtbaar. De vervellingshuiden kunnen worden herkend door de aanwezigheid van kieltjes op de schubben, de lengte van de staart en het patroon van de kopschubben. Vervellingshuiden van de ringslang zijn altijd ongeveer 8 tot 10 procent langer dan de slang omdat ze als een sok worden afgestroopt en ze hierbij wat uitrekken.
source: Wikipedia, the free encyclopedia