
Categorie: Fonteinkruid
Naam: | Doorgroeid fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Perfoliatus |

Herkenning
Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) is een vaste plant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De plant komt van nature voor in Europa, Azië, Centraal-Afrika, Noord-Amerika en Australië.
Doorgroeid fonteinkruid bloeit van juni tot september met groene bloemen. De bloeiwijze is een 2-4 cm lange aar.
De vrucht is een nootje. De zaden zijn 3-3,5 mm groot.
De stengels van de plant worden 30-200 cm lang, heeft een sterk vertakte wortelstok en een vrij rechte stengel. De bladeren zijn ondergedoken, rondachtig tot langwerpig-eirond en hebben een hartvormige, stengelomvattende voet. De jonge bladeren hebben een zeer fijn getande rand. De plant komt voor in zoet en zwak brak, voedselrijk water.
Naam: | Drijvend fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Natans |

Herkenning
Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans) is een plant in de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae) en het geslacht fonteinkruid
(Potamogeton). De plant heeft een lengte van 60 tot 150 cm en de bloeitijd strekt zich uit over de maanden mei tot augustus. De plant komt voor in rijke modder en water dat niet dieper is dan 1 m. Hij groeit in vijvers, plassen, meren en in traag stromende rivieren.
De plant heeft kruipende wortels waaruit twee soorten bladen groeien. De eerste soort zijn de ondergedoken bladen, deze zijn stijf en lang en meestal zonder bladschijf. De andere soort zijn de langgesteelde ovale drijvende bladen die aan de top van de bladsteel groeien aan het wateroppervlak. De bloemen zijn klein en groenig en groeien in aren die op lange stelen staan vanuit de bladoksels. Na de bloei vormen zich vruchtjes van 4-5 mm lang. De vrucht is een nootje. Het is de waardplant van de Waterlelievlinder (Elophila nymphaeata)
Naam: | Duizendknoopfonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Polygonifolius |

Herkenning
Duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius) is een vaste waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De plant komt van nature voor in Europa en op New Foundland.
Duizendknoopfonteinkruid bloeit van mei tot augustus met groene bloemen. De bloeiwijze is een aar. De aarsteel is dunner dan de stengel en overal even dik. De vrucht is een 2-2,5 mm lang nootje, dat stomp en gekield is. De zaden zijn roodbruin.
De drijvende, 2-5 cm lange bladeren hebben een leerachtige bladschijf en een lange bladsteel. De nerven van de ondergedoken, doorschijnende bladeren zijn niet opvallend. De steunblaadjes zijn 1-5 cm lang. De plant wordt 10 tot 60 cm hoog en vormt een wortelstok. De plant komt voor op zandgronden in ondiep, voedselarm water en op periodiek droogvallende oevers.
Naam: | Gegolfd fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Xangustifolius |

Herkenning
Gegolfd fonteinkruid (Potamogeton ×angustifolius, synoniem:Potamogeton ×zizii) is een vaste plant, die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). Gegolfd fonteinkruid is de bastaard van glanzig- en ongelijkbladig fonteinkruid. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland zeer zeldzaam en stabiel of toegenomen is. De plant komt van nature voor in Europa tot aan de westelijke Himalayas. Het aantal chromosomen is 2n = 52.
De plant vormt een 3 - 4 mm dikke wortelstok. De dunne tot dikke, vertakte stengels zijn tot 120 (200) cm lang. De gele tot donkergroene, 5 - 13 cm lange en 1 - 2,5 cm brede, ondergedoken, stekelpuntige, dun, doorschijnende bladeren zijn vaak meer of minder gevouwen. Ze hebben een korte bladsteel of zijn zittend en 4 - 5 nerven aan beide zijden van de middennerf. De bovenste bladeren hebben een langere bladsteel dan de onderste. Aan de basis van de stengel zijn de bladeren gereduceerd tot fyllodiën. De fyllodiën aan de ondergedoken hoofdstengel zijn 18 -27 mm lang en 11 -17 aan de zijstengels. Aan de drijvende stengels zijn ze 23 - 25 mm. De drijvende, tot 10 cm lange en 3 cm brede bladeren zijn langer gesteeld dan de ondergedoken bladeren, hebben vaak een gegolfde bladrand en min of meer leerachtig. Gegolfd fonteinkruid bloeit van van juni tot in september met kleine groenachtige bloempjes. De bloeiwijze is een 2 - 5 cm lange en 6 - 8,5 mm brede aar met een verdikte, 4,5 - 19 cm lange steel. De steel is onderaan 2,5 mm en bovenaan 4 mm dik.
De 2,5 - 3 mm grote, ongeveer halfcirkelronde vrucht is een nootje met een schuingericht, 0,23 - 0,62 mm lang snaveltje.
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Crispus |
Naam: | Gekroesd fonteinkruid |
Taxonomische indeling |


Herkenning
Gekroesd fonteinkruid (Potamogeton crispus) is een overblijvende ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De plant komt van nature voor in Eurazië en is van daaruit verspreid naar Noord-Amerika. De plant wordt 20-100 cm lang, vormt een korte, vertakte wortelstok.
en heeft een vaak samengedrukte, vierkantige stengel. Op de stengel zitten twee groeven. Het tot 10 cm lange en 0,5-1,5 cm brede, glanzende blad is sterk gegolfd tot gekroesd. Vandaar de naam gekroesd fontuinkruid. Aan de top van de bladrand zitten scherpe tandjes en vaak ook langs de rest van de bladrand. In de herfst worden overwinteringsknoppen (turionen) gevormd, die van de moederplant loslaten en naar de bodem zinken. In het voorjaar stijgen ze weer naar de oppervlakte en ontwikkelen zicht tot
nieuwe planten.
Naam: | Glanzig fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Lucens |

Herkenning
Glanzig fonteinkruid (Potamogeton lucens) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie
(Potamogetonaceae). Onder water worden vaak grote matten gevormd. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als algemeen voorkomend en matig afgenomen. De plant komt van nature voor in Europa, West- en Midden-Azië en Noordwest-Afrika. Het aantal chromosomen is 2n = 52.
De plant wordt 60 - 200 cm lang en heeft een wortelstok. De stengel is meestal sterk vertakt. De ondergedoken, lancetvormige, doorschijnende, 10 - 25 cm lange en 1 - 5 cm brede bladeren zijn in een 1 - 2 cm lange steel versmald, hebben 9 - 15 hoofdnerven en een wigvormig voet. De bladrand is vrij sterk gegolfd tot gekroesd en is zeer fijn getand. De top is toegespitst, afgerond of heeft een inkeping. De bovenste bladeren hebben soms een uittredende, gekromde middennerf, die boven het water uitsteekt. De grote steunblaadjes zijn kruidachtig. Er zijn geen drijfbladeren. De plant bloeit van juni tot in september met groene bloemen aan een tot 30 cm lange bloemstengel met een knotsvormig verdikte top, die bijna net zo breed is als de daarboven zittende, tot 6 cm lange aar. De 3 - 4 mm lange kelkblaadjes zijn licht lila. De vrucht is een ronde, 2,5 - 4 mm grote steenvrucht met een korte snavel en aan de voet van de buikzijde zit een knobbeltje. Het kiempje heeft de vormt van een spiraal. De plant komt voor in zoet, voedselrijk water.
Naam: | Haarfonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Trichoides |

Herkenning
Haarfonteinkruid (Potamogeton trichoides) is een vaste plant, die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland algemeen voorkomend en stabiel of toegenomen is. De plant komt van nature voor in Europa, West-Azië en Noordwest-Afrika. Het aantal chromosomen is 2n = 26
De plant wordt 30 - 75 (150cm) cm lang. De zeer dunne, bleke, sterk vertakte stengels zijn vrijwel rond. De 0,5 - 1 (1,3) mm brede, weinig
doorschijnende bladeren zijn smal lijnvormig. De middennerf is dikker dan de rest van het blad en bij de bladvoet breder dan de helft van het blad. Er zijn geen drijvende bladeren. De plant vormt in de herfst spoelvormige turionen. Haarfonteinkruid bloeit in juni en juli met groenwitte bloempjes. De bloeiwijze is een tot ... cm lange aar met 4 - 8 bloempjes. Per bloem wordt er
meestal maar één vruchtje gevormd. De 2,5 mm grote vrucht is een nootje.
Haarfonteinkruid staat op zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand tot zwak stromend, stikstofarm tot matig stikstofrijk, zwak zuur tot kalkhoudend, zoet of zeer zwak brak water. Verdraagt ook vervuild water.
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Praelongus |
Naam: | Langstengelig fonteinkruid |
Taxonomische indeling |


Herkenning
Langstengelig fonteinkruid (Potamogeton praelongus) is een vaste waterplant, die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae) De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en sterk afgenomen. In de winter is de plant ondergedoken.
De plant wordt 1,5-2 m lang. De wit-bruinachtige stengel is zigzag gebogen. De bruin- tot groenachtige, golvende, iets doorschijnende, lancet- tot lijnvormige, gaafrandige, stengelomvattende bladeren zijn altijd ondergedoken. Ze zijn 6-20 cm lang en 2-4 cm breed. De bladtop is kapvormig en de bladvoet is een klein beetje hartvormig. De plant bloeit vaak niet en kan zich vegetatief vermeerderen met in de herfst gevormde overwinteringsknoppen (turionen) en door ondergrondse uitlopers. Langstengelig fonteinkruid bloeit in juli en augustus met een aarvormige bloeiwijze. De steel van de aar kan meer dan 20 cm lang zijn, waarbij de aren een lengte van 3-5 cm hebben. Een vrucht is een 4-8 mm groot nootje, dat aan de achterkant gegroefd is. De plant komt vooral voor op de grens van zand en veen in diep, zoet, voedselrijk water.
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Gramineus |
Naam: | Ongelijkbladig fonteinkruid |
Taxonomische indeling |


Herkenning
Ongelijkbladig fonteinkruid (Potamogeton gramineus) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
Onder water worden vaak grote matten gevormd. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeldzaam en matig
afgenomen. De plant komt van nature voor in de koele, gematigde en koudere streken op het Noordelijk halfrond. Het aantal chromosomen is 2n = 52. De plant wordt 30 - 100 cm lang, heeft 1 mm dikke, rond tot afgevlakte, sterk vertakte stengels en een wortelstok. Er zijn planten met alleen ondergedoken of alleen drijvende bladeren, maar ook met beide soorten bladeren. De ondergedoken, zittende, lancet- tot lijnvormige, 4 - 8 cm lange en 0,4 - 1 cm brede bladeren hebben een versmalde voet, 3 - 7 hoofdnerven en een spitse top. De bladrand is meestal fijn gezaagd of getand. De lichtgroene tot bruine, 1,3 - 1,6 cm lange steunblaadjes zijn elliptisch en niet gesteeld. Ze hebben vaak een gegolfde rand. De drijvende, rondachtig- eironde tot langwerpige, geelgroene tot groene bladeren zijn vrij lang gesteeld, dun leerachtig en 1 - 6 cm lang en 16 - 20 mm breed. Ze hebben 11 - 13 nerven. De plant bloeit van juni tot in augustus met groene bloemen aan een 3,2 - 7,7 cm lange bloemstengel met een 1,5 - 3,5 cm lange aar. De aarstelen hebben een slanke voet en zijn naar boven verdikt. De bloemdekbladen zijn vrij en de bloem heeft vier meeldraden.De grijsbruine of groene vrucht is een half-cirkelronde, 1,5 - 2,5 mm lange steenvrucht met een rechte, 0,3 - 0,5 mm lange snavel en aan de voet van de buikzijde zit geen knobbeltje. Het kiempje is niet helemaal spiraalvormig.
Naam: | Plat fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Compressus |

Herkenning
Plat fonteinkruid (Potamogeton compressus) is een overblijvende plant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en matig afgenomen. De plant komt van nature voor in Europa, Azië. De stengel, vaak met smalle vleugels, wordt 0,9-2 m lang en is in sterk stromend water weinig vertakt maar in stilstaand water vaak sterk vertakt. De groene of bruingekleurde bladeren zijn ondergedoken en kunnen tot 20 cm lang en 2-5 mm breed worden. Het blad heeft vijf dikke, overlangs lopende nerven met daartussen veel zeer dunne nerven. Aan de top van het blad zitten dwarslopende nerven. De bladtop is vrij plotseling toegespitst. Aan de bladbasis zitten verdikte klieren. De stengelomvattende steunblaadjes zijn 2,5-4 cm lang en niet met het blad vergroeid. Plat fonteinkruid bloeit van juli tot in augustus met kleine, gereduceerde bloemen, die met tien tot twintig stuks een tot 2 cm lange aar vormen. De steel van de aar is 3-4 cm lang en 2 mm dik. De bloemen worden onder water bestoven, wat hydrofilie wordt genoemd. De ongeveer 4 mm grote vruchten hebben een 3-4 mm lange, rechte snavel en aan de buikzijde meestal geen knobbel. De vrucht is een steenvrucht. De vruchten worden door het water verspreid, hetgeen hydrochorie wordt genoemd.
De plant vormt ook winterknoppen (turionen).
Naam: | Puntig fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Mucronatus |

Herkenning
Puntig fonteinkruid (Potamogeton mucronatus, synoniem: Potamogeton friesii Rupr.) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als vrij zeldzaam en stabiel of toegenomen. De plant komt van nature voor in de koelere gematigde streken op het noordelijk halfrond. Het aantal chromosomen is 2n = 26.
De plant wordt 50 - 120 cm lang en heeft geen wortelstok. De groenbruine tot goudgele stengel is bovenaan duidelijk afgeplat met afgeronde kanten en bovenaan sterk vertakt met korte zijtakjes. De ondergedoken, lichtgroene, 2,3 - 6,5 cm lange en 1,2 - 3,2 mm brede, lijnvormige, doorschijnende bladeren hebben een stompe top, die versmalt tot een stekelpuntige top. De bladeren hebben geen olieachtige glans. Ze hebben vijf, maar soms drie hoofdnerven. De eventueel aanwezige buitenste zijnerven zijn ver onder de top met de binnenste verbonden. De 5,5--21 mm lange, witte steunblaadjes hebben bij de voet vergroeide randen en zijn stengelomvattend. De plant vormt in de bladoksels of aan de top 1,5 - 5 cm lange en 1,5 - 4 mm brede turions. De plant bloeit van juni tot augustus met groene bloemen aan een 2 - 6 cm lange, bovenaan verdikte bloemstengel, 7 - 16 mm lange, losbloemige aar. In en aar zitten meestal 3 - 4 (10) bloemen. De bloemen hebben vier kroonbladen en vier meeldraden. Een bloem vormt meestal twee vruchten.De olijfgroene tot bruine, eivormige vrucht is een 1,8 - 2,5 mm lange en 1,2 - 2 mm brede steenvrucht met een 0,3 - 0,7 mm lange,rechte snavel en aan de voet zitten geen knobbels (kiel). Het kiempje heeft de vorm van een spiraal.
Naam: | Rivierfonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Nodosus |

Herkenning
Rivierfonteinkruid (Potamogeton nodosus) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeldzaam en matig afgenomen. De plant komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa, Zuidwest-Azië en Zuid-Azië en Noord- en Midden-Amerika. Het aantal chromosomen is 2n = 52.
De plant wordt 40 - 200 cm lang en heeft een sterk vertakte wortelstok. De 3,5 - 26 cm lange bladsteel is vaak langer dan de 3 - 11 cm lange en 15 - 45 mm brede bladschijf. De drijvende, lichtgroene bladeren zijn leerachtig, dun en iets doorschijnend met de grootste breedte ongeveer in het midden en versmallen aan de wigvormige tot ronde voet. Ze liggen in een waaier op het water. De onderkant van het blad heeft sterk uitspringende nerven. De ondergedoken, licht- tot donkergroene, opvallend netvormig geaderde, lijnvormig tot langwerpige, 9 - 20 cm lange en 10 - 35 mm brede bladeren hebben een spitse top. Ze hebben 7 - 15 hoofdnerven. De 4,5 - 12,5 cm lange steunblaadjes zijn lichtbruin. De plant bloeit in juli en augustus met groene, 3 mm grote bloemen aan een 3 - 15 cm lange bloemstengel met een slanke, 2 - 7 cm lange aar. De aarstelen zijn even dik of meestal dikker dan de stengel en is naar boven enigszins verdikt. De bloemen hebben vier kroonbladen en vier meeldraden.
Naam: | Rossig fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Alpinus |

Herkenning
Rossig fonteinkruid (Potamogeton alpinus) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeldzaam en sterk afgenomen. De plant komt van nature voor in de koele en gematigde streken van het noordelijk halfrond. Als de plant uit het water wordt gehaald ziet deze er vaak roodachtig uit. Het aantal chromosomen is 2n = 52. De plant wordt 50 - 150 cm lang en heeft een sterk vertakte wortelstok. De ronde stengel is tijdens de bloei meestal niet vertakt en kan tot tien aren hebben. De ondergedoken, dunne, doorschijnende, soms roodachtige, langwerpig-spatelvormige tot omgekeerd eironde bladeren hebben een gave rand, stompe top en zijn in een korte tot vrij lange steel versmald. De roodgroene steunblaadjes zijn 1, 5 - 2,5 cm groot en hebben 7 - 9 nerven. De in paren zittende 4 - 7 cm brede en 10 - 25 mm brede drijfbladeren zijn dun leerachtig, elliptisch, niet doorschijnend, netvormig geaderd, hebben een stompe top en aan de voet in een korte steel versmald. Ze hebben 9 - 13 hoofdnerven. De zijnerven lopen meestal evenwijdig aan de hoofdnerf.
De plant bloeit van juni tot in augustus. De groenige bloemen zitten in een 3 - 10 cm lange aar. De aarsteel heeft overal dezelfde dikte.
De olijfgroene tot bruine, 3 - 3,5 lange en 2 - 2,4 mm brede vrucht is een steenvrucht met een gekromde, 0,5 - 0,9 mm lange snavel en aan de voet van de buikzijde zit geen knobbeltje. De vruchten zijn aan de voet niet vergroeid. Het kiempje heeft de vormt van een spiraal.
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Perfoliatus |
Naam: | Schedefonteinkruid |
Taxonomische indeling |


Herkenning
Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus, synoniem: Stuckenia pectinata) is een plant uit de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
De waterplant komt voor in ondiepe meren, in beken en in brakke riviermondingen en baaien. De plant is een kosmopoliet: de soort komt voor op alle continenten en in alle klimaatgebieden. De voortplanting gebeurt zowel seksueel via zaden als aseksueel via wortelknolletjes. Deze knolletjes worden aan het eind van de zomer geproduceerd en ontspruiten in het voorjaar. In gevestigde populaties vindt voortplanting hoofdzakelijk aseksueel, dus via wortelknolletjes plaats. Omdat schedefonteinkruid vaak drijvende bladeren heeft kan de plant goed gedijen in troebel water en is daarom bestand tegen eutrofiëring. De soort kan in hoge dichtheden voorkomen en de lange smalle bladeren kunnen dan problemen opleveren voor motorboten.
Schedefonteinkruid is een belangrijke voedselplant voor watervogels. De bladeren en zaden worden veel gegeten door meerkoet, wilde eend en knobbelzwaan. De wortelknolletjes in de waterbodem vormen een belangrijke voedselbron voor de kleine zwaan tijdens de migratie. In Nederland foerageren in oktober grote aantallen kleine zwanen op de knolletjes van schedefonteinkruid in het Lauwersmeer en in iets mindere maten de Veluwerandmeren.
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Acutifolius |
Naam: | Spits fonteinkruid |
Taxonomische indeling |


Herkenning
Spits fonteinkruid (Potamogeton acutifolius) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als vrij zeldzaam en sterk afgenomen. De plant komt van nature voor in Europa en Midden-Azië. De plant wordt 50 - 100 cm lang. De tamelijk scherpkantige, ongevleugelde en vaak vrij sterk vertakte stengel is vooral bovenaan sterk afgeplat en daar ongeveer even breed als de bladeren. De grasgroene, 2 - 4 mm brede, geleidelijk toegespitste bladeren hebben drie sterke nerven. Verder hebben de bladeren talrijke zeer fijne overlangse nerven, die vlak voor de top eindigen. De min of meer stengelomvattende (schedevormige) steunblaadjes zijn langer dan 2 cm en niet met het blad vergroeid. Aan de knobbeltjes bij de stengelknopen kunnen witte, zwevende wortels ontstaan.
De plant bloeit van juni tot in augustus. De bloemen zitten met 4 - 6 stuks in een aar. De aar heeft een 5 - 10 mm lange en tot 1 mm dikke steel. De vrucht is een 3,0 - 4,0 mm lange steenvrucht met een gekromde snavel en aan de voet van de buikzijde een knobbeltje.
Spits fonteinkruid komt voor in zoet, ondiep, stilstaand, voedselrijk water.
Naam: | Stomp fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Obtusifolius |

Herkenning
Stomp fonteinkruid (Potamogeton obtusifolius) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie
(Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als vrij zeldzaam en matig afgenomen. De plant komt van nature voor in Noord-, West- en Midden-Europa, Siberië en Noord-Amerika. Het aantal chromosomen is 2n = 26. De plant wordt 30 - 90 cm lang en heeft geen wortelstok. De vertakte, 0,2 - 1 mm dikke stengel is aan de bovenzijde duidelijk afgeplat met afgeronde zijden.
De ondergedoken, roodachtige of donkergroene, lijnvormige, weinig doorschijnende, 0,6 - 1,8 cm lange en 2 - 3 mm brede, zittende bladeren hebben een breed afgeronde top en zijn zeer kort stekelpuntig. Ze hebben vaak een olieachtige glans en vijf, maar soms ook drie, hoofdnerven. De buitenste zijnerven zijn bij de top met de middennerf verbonden. De binnenste zijnerven zijn, als ze aanwezig zijn, ver onder de top met de buitenste verbonden. Soms drijven de bovenste bladeren op het water. De 0,5 - 2 cm lange, meestal iets afstaande, vliezige steunblaadjes zijn tot de voet verbonden. Soms drijven de bovenste bladeren op het water. De 0,5 - 2 cm lange, meestal iets afstaande, vliezige steunblaadjes zijn tot de voet vrijstaand. De plant vormt veel eindstandige, zachte, 3,5 - 7,8 cm lange en 2,3 - 5,1 mm brede turions. De plant bloeit van juni tot in augustus met groene bloemen aan een 1 - 1,5 cm lange bloemstengel met een 0,8 - 1,9 cm lange aar. De aar is dicht bezet met 6 - 8 of meer bloemen. De bloemen hebben vier kroonbladen en vier meeldraden.
Er zijn meestal vier, olijfgroene tot bruine, eivormige vruchtjes per bloem. De vrucht is een 3 - 4 mm lange en 1,7 - 2,4 mm brede steenvrucht met een rechte, 0,8 - 1 mm lange snavel en aan de voet van de buikzijde zit al of niet een kiel. Het kiempje heeft de vorm van een spiraal. De plant komt voor in zoet, stilstaand, meestal ondiep, matig voedselrijk water.
Naam: | Tenger fonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Pusillus |

Herkenning
Tenger fonteinkruid (Potamogeton pusillus, synoniem: Potamogeton panormitanus Biv.) is een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als algemeen voorkomend en stabiel of toegenomen. De plant komt van nature voor op het noordelijk halfrond en op het zuidelijk halfrond in Afrika en Zuid-Amerika. Het aantal chromosomen is 2n = 26.
De plant wordt 20 - 100 cm lang en heeft geen wortelstok. De dunne, 0,5 mm dikke, tot bovenaan ronde tot vrijwel ronde, groene, goudgele of bruine stengel is hoofdzakelijk bovenaan vertakt. De ondergedoken, lijnvormige, 1,5 - 3 cm lange en 0,5 - 2 mm brede, groene tot olijfgroene, soms iets roodachtige bladeren hebben een meestal spitse top met een iets verdikte punt. Ze hebben drie hoofdnerven. De middennerf loopt tot halverwege het blad en is dikker dan de rest van het blad. De zijdelingse nerven zijn meestal verder van de top onder een scherpe hoek met de middennerf vergroeid. De 3,1 - 9,2 mm lange steunblaadjes zijn ten minste onderaan kokervormig vergroeid. De plant vormt zijdelings of aan de top 0,9 - 3,2 cm lange en 0,3 - 1,8 mm brede turions.
De plant bloeit van juni tot in augustus met groene bloemen aan een 0,5 - 6,2 cm lange bloemstengel met een 1,5 - 10,1 cm lange, vrij ijle, ronde tot afgeknotte aar. In en aar zitten 2 - 7 bloemen. De bloemen hebben vier kroonbladen, vier meeldraden en vier vruchtbeginsels. Elke bloem vormt meestal vier vruchtjes. De vrijwel gladde, zittende, groene tot bruine, eivormige tot omgekeerd eivormige vrucht is een 1,5 - 2,2 mm lange en 1,2 - 1,6 mm brede steenvrucht met een 0,1 - 0,6 mm lange, rechte snavel en aan de voet zitten geen knobbels (kiel). Het kiempje heeft de vorm van een niet volledige spiraal. De plant komt voor in zoet, ondiep, voedselrijk water.
Naam: | Weegbreefonteinkruid |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Plantae | (Planten) |
Stam: | Embryophyta | (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida | (Zaadplanten) |
Orde: | Alismatales | |
Familie: | Potamogetonaceae | (Fonteinkruidfamilie) |
Geslacht: | Potamogeton | |
Latijnse naam: | Potamogeton Coloratus |

Herkenning
Weegbreefonteinkruid (Potamogeton coloratus) is een vaste plant, die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland zeer zeldzaam en stabiel of toegenomen is. De plant komt van nature voor in Europa, Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. Het aantal chromosomen is 2n = 28.[1] In andere publicaties wordt 2n = 26 genoemd. De plant wordt 30 - 60 cm lang en vormt kruipende, vertakte wortelstokken. De dunne, vaak roodachtige bladschijf is doorschijnend en duidelijk netvormig geaderd. De bladschijf van de drijvende bladeren is 2 - 4 maal zo lang als de bladsteel en bij de bladvoet het breedst. De ondergedoken bladeren zijn 7 - 17,5 cm lang en 1 - 3 cm breed en hebben een zeer korte bladsteel (bijna zittend). Weegbreefonteinkruid bloeit vanaf mei tot in augustus met groene bloempjes. De bloeiwijze is een tot 10 (15) cm lange aar, waarvan de steel niet verdikt is. De 1,5 - 2 mm lange en 1 - 1,3 mm brede, stompe en gekielde vrucht is een nootje.
Weegbreefonteinkruid groeit op een zand- of kleibodem in zonnig, stilstaand tot rustig stromend, ondiep, kalkrijk en voedselarm, zoet tot
brak water. De plant is zeer gevoelig voor verontreinigingen.
source: Wikipedia, the free encyclopedia