Categorie: Slakken
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Hygrophila | |
Familie: | Physidae | |
Geslacht: | Physa | |
Latijnse naam: | Physa Fontinalis |
Naam: | Bronblaashorenslak |
Taxonomische indeling |
Herkenning
De bronblaashorenslak (Physa fontinalis) is een slakkensoort uit de familie van de Physidae.
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Heterobranchia | (Poelslakken) |
Familie: | Lymnaeidae | |
Geslacht: | Stagnicola | |
Latijnse naam: | Stagnicola Fuscus |
Naam: | Bruine poelslak |
Taxonomische indeling |
Herkenning
De bruine poelslak (Stagnicola fuscus) is een slakkensoort uit de familie van de Lymnaeidae.
Naam: | Gewoon muizenoortje |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | ? | |
Familie: | Ellobiidae | |
Geslacht: | Myosotella | |
Latijnse naam: | Myosotella Myosotis |
Herkenning
Dunschalige schelp met 6 tot 7 matig bolle windingen waartussen een ondiepe sutuur loopt. De laatste omgang is het grootst en neemt 2/3 van de totale hoogte in. De top is spits, de mondopening eivormig. Op de binnenlip staan meestal 3 tandvormige plooien. Er is geen navel zichtbaar en het dier heeft geen operculum. De binnenwanden en de spil van de oudste windingen zijn opgelost. Het oppervlak is glad met alleen groeilijnen. De kleur van de schelp is geelbruin tot paarsroze. Het periostracum is geel en sterk glanzend
Hoogte: tot 8 à 10 millimeter. Breedte: tot 5 millimeter.
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | ? | |
Familie: | Planorbidae | |
Geslacht: | Segmentina | |
Latijnse naam: | Segmentina Nitida |
Naam: | Glanzende schijfhoren |
Taxonomische indeling |
Herkenning
De glanzende schijfhoren (Segmentina nitida) is een slakkensoort uit de familie van de Planorbidae.
Geen nadere informatie beschikbaar.
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Littorinimorpha | |
Familie: | Bithyniidae | |
Geslacht: | Bithynia | |
Latijnse naam: | Bithynia Tentaculata |
Naam: | Grote diepslak |
Taxonomische indeling |
Herkenning
De grote diepslak (Bithynia tentaculata) is een slakkensoort uit de familie van de Bithyniidae.
De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Linnaeus.
De soort komt oorspronkelijk uit Europa en West-Azië, maar komt als exoot ook voor in Noord-Amerika.
Hij komt er onder meer voor in de regio van de Grote Meren, waar hij zuigwormen met zich meedraagt die dodelijk zijn voor sommige watervogels, zoals koeten en eenden.
De grote diepslak heeft een bruine tot zwarte kleur.
Naam: | Jenkins' waterhoren |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | ? | |
Familie: | Hydrobiidae | |
Geslacht: | Potamopyrgus | |
Latijnse naam: | Potamopyrgus Antipodarum |
Herkenning
Potamopyrgus antipodarum heeft een schelp met een hoogconische vorm, een spitse apex, tot 6 zwak bolle windingen met een matig diepe
sutuur. De laatste winding beslaat ongeveer 3/4 van de totale schelphoogte. Hoewel het geen verwante soorten zijn, lijkt de schelp oppervlakkig op die van een wadslakje. De navel is nauw of bedekt door een callus aan de columellaire zijde van de mondrand. De mondopening is ovaal, afgerond aan de onderkant en aan de bovenkant spits toelopend en neemt ongeveer de helft van de totale schelphoogte in beslag. De mondrand is niet verdikt, is continu en kan vooral aan de bovenkant iets van de voorgaande winding losraken. Het schelpoppervlak is matglanzend en glad. Net boven het midden van de winding loopt soms een kiel die zowel stomp als tamelijk kantig ontwikkeld kan zijn. De kiel hoeft niet op alle windingen aanwezig te zijn. De schelp van levende dieren is opaak en egaal bruin, geelachtig of wit gekleurd. De bruine kleur blijft bij lege schelpen nog lang bewaard. Het periostracum vormt soms haren die gerangschikt zijn in een spiraalband die even boven het midden over de schelp loopt. Deze band kan samenvallen met een eventueel aanwezige kiel. Er is een hoornachtig operculum met een paucispirale opbouw.
Hoogte: tot 5,8 mm. Breedte: tot 3,0 mm.
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Pulmonata | (Longslakken) |
Familie: | Lymnaeidae | (Poelslakken) |
Geslacht: | Galba | |
Latijnse naam: | Galba Truncatula |
Naam: | Leverbotslak |
Taxonomische indeling |
Herkenning
De leverbosslak (Galba trucatula) is een zoetwater levende longslak uit de familie poelslakken (Lymnaeidea).
De naam is afgeleid van de leverbot, een parasitaire platworm waarvoor de slak een tussengastheer is.
De Leverbosslak heeft een hoog kegelvormige rechtsgewonden shelp met 5 tot 6 bolle windingen die door een diepe sutuur gescheiden zijn.
De bovenzijde van de windingen is enigzins trapvormig.
De laatste omgang is ongeveer 70% van de totale schelphoogte. De mondopening is ovaal en er is een scherpe mondrand en een wit callus die een nauwe spleetvormige navel vrij laat.
Het schelpoppervlak heeft een sculptuur van gepronoceerde , als fijne ribbetjes afgezette groeilijnen. De kleur van de schelp is lichtbruin tot geelachtig. Het perostractum heeft een vergelijkbare maar donkerder kleur dan de schelp zelf en kan ook groenachtig zijn.
Schelpen van levende dieren kunnen met een dun modderlaagje bedekt of met algen begroeid zijn.
Naam: | Moeraspoelslak |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Hygrophila | |
Familie: | Lymnaeidae | (Poelslakken) |
Geslacht: | Stagnicola | |
Latijnse naam: | Stagnicola Palustris |
Herkenning
De moeraspoelslak (Stagnicola palustris) is een slakkensoort uit de familie van de Lymnaeidae.
Naam: | Oorvormige poelslak |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Hygrophila | |
Familie: | Lymnaeidae | (Poelslakken) |
Geslacht: | Radix | |
Latijnse naam: | Radix Auricularia |
Herkenning
De schelp heeft ongeveer 5 windingen die aanvankelijk vooral in lengte groeien maar na ongeveer 2 windingen zeer snel in breedte toenemen.
Jonge schelpen zijn slank kegelvormig en hebben een betrekkelijk ondiepe sutuur. Door deze groeiwijze beslaat de hoogte van de mondopening van de volwassen schelp bijna de volledige lengte en steken de oudere windingen als een scherp puntig topje boven de opgeblazen laatste winding uit. De opgeblazen laatste winding en de scherp gepunte top zijn heel karakteristiek voor deze soort. De mondopening is breed afgerond 'oorvormig', er is geen hoekig toelopende bovenkant en de bovenrand staat ongeveer haaks op de voorgaande winding. De mondrand is scherp, niet verdikt en soms 'trompetvormig' naar buiten gebogen. De spil is bedekt met een dik callus die ook een nauwe navel bedekt. De schelp is dun maar betrekkelijk stevig en heeft meestal alleen een sculptuur bestaande uit groeilijnen. Soms is (met een loep onder 10x vergroting) een fijne spiraalsculptuur op een gedeelte van de schelp zichtbaar. De schelp zelf is wit tot crême van kleur, het periostracum is lichtbruingeel tot donkerbruin.
Hoogte: tot ongeveer 35 millimeter. Breedte tot ongeveer 30 millimeter
Naam: | Poelslak |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Hygrophila | (Poelslakken) |
Familie: | Lymnaeidae | |
Geslacht: | Lymnaea | |
Latijnse naam: | Lymnaea Stagnalis |
Herkenning
Deze slak is met een huisje van maximaal 6 centimeter een van de grootste zoetwaterslakken in West-Europa, en komt ook voor in België en Nederland. De kleur is bruingrijs tot hoornachtig bruin, het huisje is kegelvormig. Het huis heeft 4 of 5 windingen waarvan de laatste snel breder wordt en de wanddikte hangt enigszins af van de waterkwaliteit. Zowel de beschikbaarheid van calcium en humus als de zuurgraad van het water spelen hierbij een rol. Ook de moeraspoelslak (Stagnicola palustris) heeft een soortgelijk huisje en lichaamsvorm, maar is meestal licht gevlekt en heeft een huisje van maximaal 3 cm. Het lichaam is donkergrijs tot donkerbruin van kleur, de twee onderste tasters zijn zeer kort; de twee bovenste zijn puntig, plat en steken meer zijwaarts.
Legsels met eieren.
Naam: | Posthoornslak |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Heterobranchia | |
Familie: | Planorbidae | |
Geslacht: | Planorbarius | |
Latijnse naam: | Planorbarius Corneus |
Herkenning
De posthorenslak heeft een afgeplatte ronde schelp met vijf regelmatige windingen. De opening van het huisje is niervormig en de kleur kan
roodbruin, roze of olijfgroen zijn maar door aanslag en algengroei ziet deze slak er soms uit als een kruipende plant.
Het lichaam is zeer donkergrijs, en de voet is vrij plat en aan de achterzijde spits. De twee tasters zijn vrij lang, rond en dun en steken meer naar
voren. Hoewel schelpen altijd afgebeeld worden alsof het om een rechtsgewonden soort gaat (dus afgebeeld met de mondopening aan de
rechterkant), blijkt uit de anatomie dat alle schijfhorens, dus ook de posthorenslak, linksgewonden zijn.
Naam: | Puntige blaashoren |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | ? | |
Familie: | Physidae | |
Geslacht: | Physella | |
Latijnse naam: | Physella Acuta |
Herkenning
De puntige blaashoren (Physella acuta) (jonger synoniem: Physa acuta; ook Haitia acuta) is een zuurstof ademende zoetwaterslak uit de klade Pulmonata.
Net als de andere slakken uit de familie Physidae heeft P. acuta een linksdraaiend spiraalvormig slakkenhuis. Dat wil zeggen dat de opening van de schelp zich links bevindt als de opening naar de waarnemer en de punt van de schelp naar boven gericht staan. De opening is langwerpig en groot. Er is geen operculum. De schaal is dun, hoornachtig en doorschijnend. De schelp is zo'n 12 mm
hoog en 5 tot 7 mm breed
Naam: | Schijfhoornslak |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Heterobranchia | |
Familie: | Planorbidae | |
Geslacht: | Planorbis | |
Latijnse naam: | Planorbis Planorbis |
Herkenning
De schijfhoren heeft een sterk afgeplatte, schijfvormige schelp met zes windingen. De schelp is stevig, glanzend en doorzichtig en heeft een
bruine kleur, hoewel er vaak een aanslag of algengroei aanwezig is die het huisje anders kleuren.
Het lichaam is donkergrijs tot zwart, en de twee lange, ronde tasters zijn vaak rood gekleurd. Net zoals de posthorenslak (Planorbarius corneus)
heeft ook deze soort rood bloed, het bevat hemoglobine om efficiënter zuurstof op te kunnen nemen. Hierdoor kan de slak in zuurstofarme
omgevingen toch overleven, maar er moet regelmatig aan de oppervlakte geademd worden.
Naam: | Slanke knobbelhoren |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | ? | |
Familie: | Thiaridae | |
Geslacht: | Melanoides | |
Latijnse naam: | Melanoides Tuberculata |
Herkenning
De slanke knobbelhoren, ook wel 'torenslak' of 'puntslak', is een in zoet water levende kieuwslak. De geldige wetenschappelijke naam is
Melanoides tuberculata.
De schelp is zeer langgerekt conisch gewonden en heeft een kleine tophoek. Schelpen van volwassen dieren hebben ongeveer 14 vrij bolle
windingen. Omdat de apex zo klein begint en vrij teer is, zijn de oudste windingen vaak afgebroken. Soms gaat het om de halve hoogte van de
hele schelp maar meestal is het minder. De schelp wordt dan door het dier vanaf de binnenkant met een kalkpropje gerepareerd.
De sculptuur kan zwak of heel geprononceerd zijn en bestaat uit 4-8 platte spiraalribben die vaak op de bovenkant van de winding breder zijn dan op de onderkant. Soms is één van de spiraalribben meer ontwikkeld dan de overige waardoor de winding zwak gekield lijkt.
Deze ribben worden gekruist door onregelmatig, S-vormige axiale ribben. Tussen de ribben is een fijne papillensculptuur aanwezig.
Op de kruispunten van de spiraal -en de axiale ribben kunnen zich puntige knobbeltjes vormen. De mondopening is peervormig, afgerond aan de onderkant en puntig aan de bovenkant. De mondrand is niet verdikt. De grootte van de mondopening is iets meer dan de hoogte van de laatste winding.
De kleur is groen-bruin tot beige-bruin met roodbruine streepjes parallel aan de axiale ribben. Deze roodbruine streepjes kunnen in losse vlekjes uiteenvallen.
Er is een hoornachtig, paucispiraal operculum. De nucleus is sterk naar de basis verschoven.
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | ? | |
Familie: | Planorbidae | |
Geslacht: | Anisus | |
Latijnse naam: | Anisus Spirorbis |
Naam: | Spiraalschijfhorenslak |
Taxonomische indeling |
Herkenning
De spiraalschijfhorenslak (Anisus spirorbis) is een slakkensoort uit de familie van de Planorbidae.
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Architaenioglossa | |
Familie: | Viviparidae | |
Geslacht: | Viviparus | |
Latijnse naam: | Viviparus Contectus |
Naam: | Spitse moerasslak |
Taxonomische indeling |
Herkenning
Viviparus contectus is een in het zoete water levende kieuwslak.
Schelp met ongeveer 6½ bolle iets geschouderde windingen gescheiden door een diepe sutuur, een schuin ovale aan de bovenzijde iets hoekig toelopende mondopening en een zeer scherpe top.
Alleen op de topwindingen lopen 3 kielen die niet altijd even duidelijk zichtbaar zijn.
De kielen zijn ook vaak afgesleten. Ze zijn een restant van de embryonale schelp, waar op deze kielen rijen haartjes stonden. Deze haartjes verdwijnen zeer snel na het uitkomen van de jonge dieren. Jongere windingen zijn volledig afgerond en vertonen alleen groeilijnen, geen sculptuur. De schelp is dunwandig en heeft een dun groenachtig periostracum. De schelp zelf is kleurloos tot wit en heeft drie bruine spiraal kleurbanden die door het periostracum heen zichtbaar zijn. Soms zijn de banden geheel afwezig. De schelp kan bedekt zijn met een dunne aanslag van algen of ijzermineralen waardoor van de eigen kleur niets te zien is. Er is een nauwe maar duidelijke navel. Deze soort heeft zoals alle moerasslakken een dun hoornachtig operculum dat concentrisch is opgebouwd.
Hoogte: tot ongeveer 50 millimeter Breedte tot ongeveer 37 millimeter
Naam: | Stompe moerasslak |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Architaenioglossa | |
Familie: | Viviparidae | |
Geslacht: | Viviparus | |
Latijnse naam: | Viviparus Viviparus |
Herkenning
De stompe moerasslak (Viviparus viviparus) is een in het zoete water levende kieuwslak.
Schelp met 5½-6 vrij bolle windingen gescheiden door een matig diepe sutuur. De windingen zijn volledig afgerond, zijn niet geschouderd en
verlopen vanaf de sutuur schuin af. Er is een schuin ovale aan de bovenzijde iets toegespitste mondopening. De top is duidelijk gepunt maar
verder stomp en niet zo spits als bij de spitse moerasslak (V. contectus). Kielen op de topwindingen ontbreken evenals haartjes op de schelp van de jonge dieren. De sculptuur bestaat alleen uit fijne groeilijnen, soms is een onregelmatige hamerslagsculptuur aanwezig. De schelp is
dunwandig en heeft een dun groenachtig of lichtbruin periostracum. De kleur van de schelp zelf is variabel van kleurloos, wit, bruingeel tot
groenbruin. Meestal zijn er drie roodbruine spiraal kleurbanden die door het periostracum heen zichtbaar zijn, soms zijn deze banden echter
afwezig. De schelp kan bedekt zijn met een dunne aanslag van algen of ijzermineralen waardoor van de eigen kleur niets te zien is. Er is een
nauwe maar duidelijke spleetvormige navel. Deze soort heeft zoals alle moerasslakken een dun hoornachtig operculum dat concentrisch is
opgebouwd.
Hoogte: tot ongeveer 39 millimeter Breedte tot ongeveer 29 millimeter
Naam: | Zoetwaterneriet |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Mollusca | (Weekdieren) |
Klasse: | Gastropoda | (Slakken) |
Orde: | Cycloneritimorpha | |
Familie: | Neritidae | |
Geslacht: | Theodoxus | |
Latijnse naam: | Theodoxus Fluviatilis |
Herkenning
De zoetwaterneriet (Theodoxus fluviatilis) is een slakkensoort uit de familie van de Neritidae.
source: Wikipedia, the free encyclopedia