Categorie: Harders en Haringen
Naam: | Diklipharder |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Actinopterygii | (Straalvinnigen) |
Orde: | Mugiliformes | (Harderachtigen) |
Familie: | Mugilidae | (Harders) |
Geslacht: | Chelon | |
Latijnse naam: | Chelon Labrosus |
Herkenning
Er zijn drie hardersoorten: de diklip-, de dunlip- en de goudharder. De drie soorten vertonren een grote gelijkenis.
Er zijn 2 korte gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste 4 stekels heeft. de brede bek is eindstandig.
Over de flanken lopen donkere banden.
Lengte tot circa 75 cm.
Naam: | Dunlipharder |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Actinopterygii | (Straalvinnigen) |
Orde: | Mugiliformes | (Harderachtigen) |
Familie: | Mugilidae | (Harders) |
Geslacht: | Liza | |
Latijnse naam: | Liza Ramda |
Herkenning
De dunlipharder (Liza ramada) is een torpedovormige vis uit de familie van de harders (Muglidae). De soort heeft zilveren flanken en een brede afgeplatte kop. Er zijn twee gescheiden rugvinnen waarvan de voorste rugvin bestaat uit vier stekelig aanvoelende harde vinstralen. Het onderscheid met de diklipharder kan gemaakt worden op basis van de dikte van de bovenlip. Diklipharder heeft een bovenlip die groter is dan de halve oogdiameter met daarop twee of drie rijen hoornige papillen. Bij dunlipharder is de bovenlip dunner dan de halve diameter van het oog. Dunlipharders kunnen ongeveer 60 centimeter lang worden, diklipharder wordt circa 80 centimeter lang.
Lengte tot circa 60 cm.
Naam: | Elft |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Actinopterygii | (Straalvinnigen) |
Orde: | Clupeiformes | (Haringachtigen) |
Familie: | Clupeidae | (Haringen) |
Geslacht: | Alosa | |
Latijnse naam: | Alosa Alosa |
Herkenning
De elft is een haringachtige vis van het geslacht Alosa evenals de fint. De volwassen dieren kunnen een lengte van 35-75 cm bereiken en een
gewicht van 5 kg. De groei is niet snel: het duurt zeven jaar om een lengte van 50 cm te bereiken. De haringachtige kenmerken zijn het
zilverkleurige uiterlijk, de opvallende bovenkaak en de sterk gepunte staartvin. Opvallend is het oog dat met een doorzichtig vlies is overdekt.
Het onderscheid maken met de fint is vrij eenvoudig. De elft heeft één zwarte stip achter de kiewdeksel, de fint heeft vijf of zes zwarte stippen op de flanken. Dit kenmerk is echter niet al te betrouwbaar. Anatomisch kunnen de soorten onderscheiden worden door de veel fijnere kieuwzeef van de elft 90-120 uitsteeksels tegen 40-60 voor fint).
Lengte tot circa 45 cm.
Naam: | Flint |
Taxonomische indeling |
Rijk: | Animalia | (Dieren) |
Stam: | Chordata | (Chordadieren) |
Klasse: | Actinopterygii | (Straalvinnigen) |
Orde: | Clupeiformes | (Haringachtigen) |
Familie: | Clupeidae | (Haringen) |
Geslacht: | Alosinae | |
Latijnse naam: | Alosa Fallax |
Herkenning
Vanwege de stippen op zijn flanken wordt hij ook wel de 'gestipte reuzenharing' genoemd. Zijn andere bijnaam is de 'meivis', omdat hij in het
voorjaar in de getijdenzone van de grote rivieren wordt gevangen.
Lijkt veel op de Elft. Zwarte schoudervlek, vaak gevolgd door een aantal zwarte stippen.
De ogen zijn bedekt met een doorzichtig vlies.
Lengte tot circa 60 cm.
source: Wikipedia, the free encyclopedia